Themis | concordis groep

Home

Windmolen

Ontwikkelingslanden krijgen door crisis harde klappen

[11-12-2009]
We zien dagelijks de gevolgen van de financiële crisis. Is het niet via de media, dan wel in onze directe omgeving. Het einde is nog lang niet in zicht, ondanks dat een aantal rijkere landen weer economische groei realiseren. Over de exacte gevolgen van de crisis voor ontwikkelingslanden wordt echter nauwelijks gesproken in de media. Dit terwijl er naast een economische crisis, ook nog een voedsel- en klimaatcrisis gaande is en het internationale budget voor ontwikkelingssamenwerking onder druk staat. Om aandacht te vragen voor de impact van de crisis op ontwikkelingslanden, organiseerde de Evert Vermeer Stichting recentelijk een symposium over dit onderwerp waarbij aanbevelingen werden gedaan aan de Nederlandse politiek.  

Het Overseas Development Institute geeft in haar briefing paper van september 2009 aan dat de economische crisis ontwikkelingslanden vooral raakt op het gebied van afnemende private financiële stromen, waaronder een daling van gelden afkomstig van familieleden uit het buitenland, en krimpende handel. Het zijn vooral kleine open economieën die de crisis het meeste zullen gaan voelen. Doordat het lenen van geld duurder wordt en de behoefte aan kapitaal relatief groot is, worden juist zij de dupe van de crisis (zie ook het onderzoek van Action Aid).

Export geleide economieën, waaronder China, die in mindere mate afhankelijk zijn van buitenlandse financiering, kunnen externe schokken deels zelf opvangen. Dit in tegenstelling tot veel andere ontwikkelingslanden die hun financiering niet van binnenuit rond kunnen krijgen. Zo zal het reële inkomen van Afrika met US$49 miljard afnemen (13 procent van het totale inkomen) vanaf de start van de crisis in 2007 tot het eind 2009.

Internationaal wordt er gepleit voor hervorming van het financiële systeem om een omvangrijke crisis als deze in te toekomst te voorkomen. In dit kader wordt ook de Tobin Tax als mogelijke maatregel genoemd, waarbij een belasting op financiële transacties speculaties aan banden moet leggen. De vraag is of dit de omvang van de balansen van banken en de mate van kredietcreatie zal beperken, wat in eerste instantie tot de huidige crisis heeft geleid. Wel levert het een continue stroom van gelden op waarvan een deel besteed kan worden aan internationale ontwikkelingsprojecten.

Volgens Themis zou de discussie zich voornamelijk moeten richten op de manier waarop  internationale gelden, al dan niet afkomstig van deze valutabelasting, moeten worden besteed en beheerd. Hierbij is het van belang dat de impact op ontwikkelingslanden bij een nieuwe economische crisis wordt geminimaliseerd. Een manier om dit te doen is het opzetten van regionale ‘Revolving Funds’. Rendementen uit investeringen kunnen dan terugvloeien in het fonds waardoor overheden van ontwikkelingslanden zich meer betrokken en verantwoordelijk voelen voor hun eigen binnenlandse investeringen en gepaarde successen. Daarnaast geeft zo’n fonds landen de mogelijkheid om hun economieën zelf te stimuleren in moeilijke tijden.

Themis vindt dat ontwikkelingslanden dan ook nauw betrokken moeten worden bij deze geplande hervormingen zodat er meer rekening kan worden gehouden met hun specifieke kenmerken in relatie tot financiële markten. Hopelijk zijn ze in de toekomst dan minder gevoelig voor externe financiële schokken.